Mijn gedachten

Ik schrijf graag en met regelmaat, zelfs ‘s nachts. Het schrijven helpt om de gedachten, waar veel energie in zit, te laten stromen. Als ik niet schrijf, blijft hetzelfde onderwerp langer door mijn hoofd spoken, net zolang tot mijn aandacht door iets anders geprikkeld wordt. In de nacht gebeurd dat meestal niet, dus vandaar dat ik dan maar opsta en ga schrijven tot iets in mijn lichaam ‘zegt’ dat het klaar is en ik besluit weer mijn bed in te stappen. Meestal val ik dan wel weer in slaap.

Gedachten zijn niet meer dan ‘hersenspinsels’, een stroom van letters die toevallig woorden vormen en vervolgens zinnen. En dan ontstaat er een ‘verhaal’, dat voor mij, in eerste instantie, altijd logisch is. Ik kan me soms wel eens verbazen over de gedachten die in me opkomen, het onderwerp, maar het verloop van die gedachten (het verhaal) is logisch en op dat moment ‘waarheid’ voor mij.

Zolang we onze gedachten niet uitspreken, dan valt dit hele proces niet zo op, maar in het schrijven wel.
Schrijven maakt de woorden ‘definitief’. Het staat letterlijk zwart op wit en je kunt erop veroordeeld worden. Dat maakt het (in)spannend om te schrijven, zeker als ik voor een ander schrijf, aan een blog, of aan het boek.
Het voelt al snel alsof ik ‘lieg’, omdat mijn gedachten na het schrijven al direct weer verder zijn en de zinnen/het verhaal alweer achterhaald soms. Best een ingewikkeld dingetje om te begrijpen, maar wel een duidelijke verklaring waarom ik het zo lastig vind om mezelf te ‘promoten’ of stukjes te schrijven voor een ander.

Ik wil niet liegen! Ik wil ‘zuiver’ zijn. Zuiver eerlijk, integer, liefdevol voor alles wat leeft en bestaat. Wat ik doe wil ik voor de volle 100% goed doen. Voor minder doe ik het niet en dat zorgt dat de lat hoog ligt en ik het in mijn beleving nooit  goed genoeg doe voor mezelf of een ander.

Het schrijven confronteerde mij dus (lang onbewust) met mijn ‘fouten’ of gebreken, die door een ander in  de meeste gevallen helemaal niet zo gezien worden. Of misschien wel gezien, maar nooit zo benoemt dat ik de boodschap begreep. Overigens werden ook mijn ‘goede’ kanten belicht, al ontdekte ik dat nog later.

Aan de andere kant heb ik mijn gedachten nooit zo uitgesproken, dus mijn ‘fouten’ vielen voor een ander ook niet zo op. Ik leefde al vroeg vanuit de overtuiging dat ik ‘niet kon praten'(geen gesprek gaande kon houden), waardoor ik eigenlijk voornamelijk mijn mond hield in gezelschap. Praatte ik wel, dan was het minste geringste  weerwoord al genoeg om te denken: “De ander kan/ weet het beter”, waardoor mijn overtuiging gevoed werd en ik mijn mond al snel weer hield. Dat heb ik jaren zo volgehouden, al wilde ik het heel graag anders….

Op het moment dat ik ziek werd en de arts met een behandelingsvoorstel kwam die voor mij niet goed voelde, moest ik wel praten. Het ging om mijn lichaam tenslotte, niet dat van hem. Ik was plotsklaps enorm krachtig in mijn communicatie, wat mij weer verbaasde. Het was tegengesteld aan hoe ik dat mijn leven lang gedaan had, maar op een of andere manier ‘klopte’ alles wat ik dacht (en uitsprak) voor de volle 100%.

Hoewel ik in mijn beleving heel helder communiceerde, leek de arts niet te begrijpen wat ik wilde. Daar begreep ik weer niets van. Ik geloofde wel dat zijn intentie goed was: “Zorgen dat ik zo snel mogelijk gezond werd’, we hadden alleen beiden alleen wel een ander idee over de manier waarop ik gezond zou worden. Er gingen veel afspraken voorbij waarin we steeds opnieuw in dezelfde ‘strijd’ (discussie) belandden en niet tot een voor mij bevredigende oplossing kwamen.
Pas heel veel later herkende ik de ‘machtsstrijd’ (die mijn vriend al eerder benoemd had) als dusdanig.
De arts gaf steeds geen gehoor aan mijn verzoek om na verloop van tijd opnieuw onderzoek te doen, terwijl ik dat een hele legitieme vraag vond en niet kon begrijpen waarom hij dat niet deed. We wilden toch allebei hetzelfde?
Ik was zo gefocust op het feit dat deze arts mij ook beter wilde maken (mijn ‘waarheid’ van dat moment), dat ik het nut er niet van inzag om een andere arts te zoeken. Pas toen hij mij na 6 maanden nog altijd wilde opereren zonder opnieuw onderzoek te doen, stapte ik naar een ander ziekenhuis. Mijn ‘waarheid’ bleek toch niet helemaal te kloppen.

“Gedachten worden pas waarheid als jij erin geloofd” staat bovenaan mijn website.

Ik was al die tijd zo overtuigd van mijn ‘waarheid’ (deze arts wil mij ook beter maken) dat er geen ruimte was voor iets anders. Hierdoor herkende ik de machtsstrijd ook niet. Ik ging zelfs tegen mijn vriend in verweer toen hij het zei.

Elke (uitgesproken of geschreven) gedachte is echter slechts een momentopname:
100% waarheid in het moment, maar in veel gevallen verliest deze al snel zijn kracht zonder dat we het doorhebben. Omstandigheden en gebeurtenissen kunnen gedachten ‘vastzetten’ waardoor ze een overtuiging worden en langer als een ‘waarheid’ worden gezien.

Geen enkele gedachte is echter definitief. Ook jouw (en mijn) overtuigingen niet. Niets is 100% waarheid, al vinden we dat moeilijk te geloven. Het is ons brein die behoefte heeft aan houvast, aan structuur en de gedachte vastzet. Ons lichaam niet. Dat beweegt toch wel, zonder ‘nadenken’, vanuit ‘eigen-wijsheid’,  gevoel en energie. En dat is exact de reden dat we onze emoties, ons gedrag, maar moeilijk kunnen bedwingen (onder controle van het brein kunnen krijgen) en voortdurend in strijd zijn met onszelf en de wereld om ons heen…..

Fuck het brein! (okee, niet helemaal) en ontdek jou eigen-wijsheid.

Heb geen oordeel over wat je leest of hoort, maar lees of luister, terwijl je observeert wat er bij jezelf gebeurd.
Merk je toch dat je er iets van vind? Dan duidt dat op een verschil in ‘waarheid’, waarin niemand 100% gelijk heeft, maar waarin we in de meeste gevallen wel een ’kern’ (percentage) van waarheid delen…. Ga daarnaar op zoek.

Vind je die kern, dan kun je er op dat moment mee ‘verbinden’, (contact maken) en het gevoel van ‘liefde’ ervaren (rust en warmte). In en met jezelf en anderen.